• De Hollandsche revue jrg 14, 1909, no 3, 23-03-1909

                 THEOSOPHIA.

        In „Theosophia” van Maart worden vervolgd de „Oude Dagboekbladen” van H. S. Olcott en de vertaling van C. S. A. E.
        Thierens geeft het slot van zijn studie over „Karaktervorming en opvoeding”. De volgende bijdrage is van Marie C. Denier van der Gon, die een eu ander meedeelt over „Bâbisme en Behaïsme”. Het Bâbisme is de leer van den Bâb, die door ongeveer een half millioen Perzen wordt beleden. De verkondiger dezer leer viel als slachtoffer van zijn streven in 1850 toen de regeering hem deed fusilleeren.
        Het Bâbisme treedt als een geheele nieuwe godsdienst op.; deze godsdienst staat tot den Islam in geen andere verhouding dan de Islam tot het Christendom en het Christendom tot het Jodendom, d.w.z. de Bab acht de evolutie van het tegenwoordige menschdom reeds zoover gevorderd, dat het de vroegere inkleeding der waarheid niet meer behoeft en deze dus gegeven kan worden, ontdaan van den ouden vorm, van veel dat thans overbodig is en in een ander omhulsel, dat beter zich aanpast aan de nooden van den tegenwoordigen tijd.
        Geheel zonder ritueel konden de menschen nog niet zijn, meende de Bab, maar toch liet hij vele oude gebruiken vervallen.
        De opvolgers vau den Bâb waren Sobh-i-Ezel, die op Cyprus leeft en slechts weinig aanhangers heeft, en Behâ-Ullah. Zijn leer is in grondbeginsel dezelfde als die van den Bâb. Over de vraag van het leven na den dood glijdt hij heen, evenals zijn voorganger, door te zeggen dat God alleen weet wat na den dood gebeuren zal. De taak vau deu mensch is om hier op narde goed te zijn en een rijk van vrede en liefde te stichten. Daarom acht Behâ-Ullah het nuttig met belijders van andere godsdiensten in aanraking te komen en andere talen aan te leeren, want dit alles zal zeker ten goede komen aan de verbreiding deiwaarheid en langzamerhand zullen zoodoende alle menschen één worden in geloof en in liefde. Dan zullen alle uitgediende leerstellingen, vormen en gebruiken vervallen, de twistappel zal verdwijnen en de broederschap der menschen een werkelijkheid worden.
        Verder deelt Marie C. Denier van der Gon de volgende merkwaardige denkbeelden mee over het erfrecht onder Babbisten:

    Behâ-Ullah noemt zeven klassen van erfgenamen,
    nl.: kinderen, vrouwen, vaders, moeders, broe-
    ders, zusters en onderwijzers, die te zamen erven
    met erfdeelen in afdalende reeks. Bij ontstentenis
    van één dezer erfgenamen komt het overblijven-
    de erfdeel aan het „Huis der rechtvaardigheid”,
    het lichaam dat in elke stad aanwezig behoort
    te zijn en dat voor de belangen der gemeente en
    voor de armen waakt. Ook aan dit huis zouden
    de verschillende boeten moeten vervallen. De
    straffen zullen zijn: geldboeten, gevangenisstraf
    en in geval van herhaalden diefstal: brandmerk;
    alleen op moord en brandstichting zal de dood-
    straf staan, die echter door levenslange gevange-
    nis vervangen kan worden.

        Deze studie zal in de volgende aflevering vervolgd worden.
        Een vervolg is ook geplaatst van Annie Besant's „Occulte Scheikunde” en van dezelfde schrijfster ook nog een fragment van „Een inleiding tot Yoga”. Behalve de maandelijksche rubrieken vinden we als laatste bijdrage „Een Hedendaagsch Heilige” door E. Windust.
        Hierin worden besproken de wonderbaarlijke genezingen van Antoine le Guérisseur (Antouius den Heeler), die vroeger een eenvoudig werkman was in de Belgische steenkolenmijnen, doch thans honderden landgenooten door zijn geestelijke genezingen tot zich trekt.
        „Ik hechtte, verklaart de heer E. Windust, eerst weinig waarde aan de verhalen, die over dezen wondergenezer in omloop waren, maar in België zijnde, werden ze mij bevestigd door zoovele geloofwaardige menschen, dat ik hoe langer hoe meer in de zaak belang begon te stellen, zoodat toen een dame, die vroeger doof was en waarmede ik nu gewoon spreken kou, mij vertelde, dat die onverhoopte verbetering door Antoine le Guérisseur tot stand was gebracht, mijn belangstelling aanmerkelijk steeg en toen zij mij voorstelde met haar hem een bezoek te brengen, ik „het gaarne aannam.” De heer Windust deelt daarop mee, dat de vrienden van den „genezer” voor hem een kerkje lieten bouwen, dat's weeks dienst doet als wachtkamer en waar hij 's Zondags preekt.
        Het groote verschil met ons Staphorster Boertje en onze De Haas is, dat deze huismiddeltjes als kruiden enz., voorschrijven, terwijl de Belgische heeler alle geneesmiddelen versmaadt en alleen op het geloof vertrouwt. Van zeven uur 's morgens tot twaalf uur ontvangt „le Guérisseur” zijn patiënten. Den middag wijdt hij aan zijn korrespondentie. Hij wordt overstelpt met brieven, maar beantwoordt ze niet, althans niet schriftelijk; maar volgens het zeggen van zijn bewonderaars leest hij toch alle brieven en beantwoordt ze door gedachten op zoodanige wijze, dat velen op een afstand door hem geholpen worden.

    De Hollandsche revue jrg 14, 1909, no 3, 23-03-1909


    votre commentaire
  • Père à la tribune

    Père à la tribune (détail)


    votre commentaire
  •     Les manifestations de la table ne sont que le vestibule du spiritisme, un acheminement vers des phénomènes plus nobles et plus instructifs. Ne vous attardez pas aux expériences physiques ; mais, lorsque vous en aurez retiré ce qu’elles peuvent vous procurer de certitude, cherchez des modes de communication plus parfaits, susceptibles de vous conduire à la véritable connaissance de l’être et de ses destinées.

    Léon Denis, Dans l'invisible (p.266)
    Phénomènes physiques, les tables
    Librairie des Sciences Psychiques, Paris, 1911


    votre commentaire
  • Mère Antoine en 1910 (The Illustrated London News)


    votre commentaire