• Vivier's ''Délivrez-nous du mal''

    Vivier's ''Délivrez-nous du mal''

    OVER BOEKEN

    „ANTOINE DE GENEESKRACHTIGE”

    Vivier’s „Délivrez-nous
    du mal”.

    Een merkwaardige
    Belgische secte.

    GEROMANCEERDE LEVENS-
    BESCHRIJVING.

     

    VORIG jaar werd voor de eerste maal de Albert I-prijs toegekend, die in Frankrijk werd ingesteld om de aandacht te vestigen op een Belgisch Franschschrijvend auteur. De prijs viel ten deel aan Robert Vivier. Wie in België aandacht verleenen aan de Fransche letteren, hadden deze bekroging niet algewacht om met sympathie en belangstelling den groei te volgen van dezen schrijver groei van een zeer eerlijke toewijding en een zeer zuiver litterair geweten.

        Robert Vivier is professor aan de Universit te Luik, – zijn intellectueele vorming is kennelijk aan zijn jongste boek Délivrez-nous du Mal (*), dat wat de stof betreit met wetenschappelijke nauwgezetheid is opgebouwd. Maar zijn eerste geheimen ontsluierde hij in zijn verzenbundel Déchirures, post-Baudelairlaansche poezie met nochtans een scherp eigen karakter en zonder alcohol of gift.

        Het is een vrij naturlijke gang van zaken dat de dichters naar den roman over aan langs den weg der zelfbelijdenis. Robert Vivier schreef een psychologischen roman Non alvorens met zijn boek Folle qui s’ennuie de subjectieve literatur te verlaten. Op laatstgenoemden roman werd zelfs het etiket populisme geplakt. De personages behoorden tot den stand der nederigen, wat niet wegnat dat zij een zuiver Vivier-conflict doormaakten: een breuk tusschen het dagelijksche van het leven en het verlangen daarbuiten. Om deze bondige voorstelling volledig te maken dient nog te worden vermeld, dat de Fransche Académie aan een essay van Robert Vivier Originalité de Baudelaire haar onderscheiding hechtte.

        Délivrez-nous du Mal, met als ondertitel Antoine le Guérisseur, is van alle boeken van Robert Vivier het grootst opgezet. Het bevat ongetwijfeld bladzijden, die tot de schoonste behooren die hij heeft geschreven met dien eigen stijl, dien zin voor nuances, die zuivere teederheid, die van Robert Vivier een soort calligraaf maken, in den zoeden zin van het woord. Zoo geknischt, zoo gaaf, zoo zuiver atmosferisch wordt in het Fransch maar weinig geschreven en er moet niet beperkend worden aan toegevoegd: in België. De schriftuur dekt hier overigens geheel de wijze van voelen en denken van den schrijver, die er een is van genegen begrijpen en meeleven. Dit schrijven is daardoor bijna een werk van liefde, een zich oplossen in, een zich uitwisschen voor de gestalten, de landschappen, het avontuur van het boek.

        Een in sommige opzichten merkwaardig geestelik avontuur, dat van le „père Antoine” mystisch avontuur van den grondlegger van het Antoinisme. Le père Antoine en het Antoinisme? Een nota aan het eind van het boek vat de gegevens samen, die in Delivrez nous du Mal zijn geromanceerd. In 1845, werd nabij Luik in een mijnwerkersgezin Louis Antoine geboren, gevoelige ingetogen jongen, die zich door godsdienstzin en levensernst onderscheidde, – een die eerlijk aan de eigen vervolmaking werkte. Als knaap reeds arbeidde hij in de mijn. Later werd hij metaalarbeider, vestigde zich in Duitschland, trouwde, reisde naar Polen. In de geboortestreek teruggekeerd werd hij voor spiritistische praktijken gewonnen en bleek de gave der geneeskracht te bezitten, – vooral nadat hij zich in beproevingen, o.a. den dood van zijn zoon, had gesterkt.

        Als „Antoine-de-Geneeskrachtige” of nog „de mildhartige Antoine” kreeg hij ettelijke aanhangers onder de armen en misdeelden, onder de zieken en gebrekkigen. Gerechtelijke vervolgingen verminderden niets aan zijn werkracht. Van het spiritiste keerde hij zich af, om een nieuw spiritualisme te verkondigen in exempelen en geschriften, – strijd voor den geest en de innerlijke verbetering. Toen hij in 1912 stierf, had hij duizenden aanhangers. Het Antoinisme overleefde hem. In 1922 telde het in België 22 tempels. Er bestaan Antoinistische tempels in een achttal Fransche steden. o.a. te Parijs. Men spreekt thans van 300.000 Antoinisten, die in den vroegeren mijnwerker hoe langer hoe meer een godheid zien. Er is een belangrijke bibliographie over het Antoinisme ontstaan.

        Délivrez-nous du Mal zat in deze bibliographie wellicht een der allereerste plaatsen innemen, niet omdat de schrijver met het Antoinisme sympathiseert, maar om de ce romanceerde monographie om dit te leven stellen van le père Antoine” op een zoo objectieve manier dat de goede, milde volksgenezer er op de natuurlijkste wijze tot volle ontplooiing komt en dat zijn nieuwe leer, zijn betrekkelijk nieuwe leer, als de vrucht voortkomt van zoo’n man, zooals de peer de vrucht is van den perelaar. Le père Antoine” lééft in dit boek. Het Luiksche landschap leeft er prachtig in mee. Het goede, eenvoudige volk dat weldra de Antoinistische secte zal vormen, niet minder. Al dit leven wordt tevens levens, verklaring intelligent begrijpen van Antoine zijn leer en zijn invloeid. Intelligenter verklaring” is wellicht niet denkbaar. Het mystisch avontuur wordt er vanzelfsprekend door.

        Zoo vanzelfsprekend zelfs, dat avontuur te veel is gezegd. Wie dit uitstekend geromanceerd essay over Antoine en het Antoinisme heeft gelezen, wéét er alles van, althans van Antoine en zijn aanhangers. Van zijn tegenstanders, de onverschilligen”, de ongeloovigen”, de natuurlijke opponenten, merkt men weinig, te weinig en meer als simpele aanduiding dan als romandramatiek. Het leven van de secte naast een geopenbaarden godsdienst, zonder enige wrijving, treft mij als een leemte. Ik mis een gevecht tusschen le père Antoine en een pastoor.

        Overigens heeft het objectivisme – hoezeer ook door Vivier met genegenheid voor zijn personages en hun omgeving zijn eigen Luiksche omgeving, gevoelig gemaakt – zelden zooveelte ver gesloten of niet ver genoek. De helft van het boek, gewijd aan een doodgewoon menschenleven, het intiem en verborgen leven van Antoine, is een voortreffelijk genuanceerd verhaal, dat eenvoudig en subtiel aanspreekt. Het deel over het openbaar leven van Antoine, dat met zijn spiritistische séances aanvangt, het leven van den nieuwen profeet, treft meer als document vol begrip dan als meesleepende of afstootende mystische ervaring. Alles is verklaarbaar, ook Antoine en het Antoinisme. Maar men eindigt met te wenschen, dat dit objectivisme zou worden verlaten voor de kniebuiging van een nieuwen geloovige” of den ironischen monkel van den toeschouwer met zin voor humor. Nu ziet het boek er uit als een monument, dat met objectief goed begrip in allen objectieven ernst is opgericht, aan het Antoinisme, in den toon en den stijl die zou passen voor het Boedhisme of het Christendom. Daardoor doen sommige pathetische bladzijden onbehaaglijk aan het op den voet volgen van het groeiproces bij „le père Antoine” en zijn secte omslachtig.

        Dit neemt niet weg, dat Robert Vivier over belangrijke artistieke middelen beschikt. In zijn grisailleschilderingen kon hij gevoelig veel nuances vatten. Hij kan naar blijkt ook een groot opzet aan: een type doen leven, een land, een volksschare.

                                                       M. ROELANTS.

    *) Grasset – Parijs.

     

    De Telegraaf (19-03-1936)
    [source : delpher.nl]

     

    Traduction : 

    DES LIVRES

    "ANTOINE LE GUÉRISSEUR"

    "Délivrez-nous du mal" de Vivier

    Une remarquable
    secte belge

    BIOGRAPHIE ROMANCÉE

    POUR la toute première fois, le Prix Albert Ier, créé en France pour attirer l'attention sur un auteur belge de langue française, a été décerné. Le prix a été décerné à Robert Vivier. Ceux qui, en Belgique, ont prêté attention à la littérature française, n’avaient pas attendu ce sacre pour suivre avec sympathie et intérêt le développement de la croissance de cet écrivain d’un dévouement très honnête et d’une conscience littéraire très pure.
        Robert Vivier est professeur à l'Université de Liège, - sa formation intellectuelle est évidemment celle de son dernier livre
    Délivrez-nous du Mal (*), construit avec rigueur scientifique en la matière. Mais ses premiers secrets se révèlent dans son recueil de vers Déchirures, poésie post-Baudelairienne, qui n'en a pas moins un caractère propre, les alcools et les narcotiques en moins.
        C'est tout à fait naturel que les poètes passent au roman sur le chemin de la confiance en soi. Robert Vivier a écrit un roman psychologique, non avant de quitter la littérature subjective avec son livre
    Folle qui s'ennuie. Ce dernier roman a même été qualifié de populisme. Les personnages appartenaient à l'état d'humilité, ce qui n'enlève rien au fait qu'ils sont passés par un pur conflit propre à Vivier : une rupture entre la vie quotidienne et le désir extérieur. Pour compléter cette performance concise, il convient de mentionner que l'Académie française a décerné sa distinction à un essai de Robert Vivier Originalité de Baudelaire.
        Une aventure spirituelle en quelque sorte remarquable, celle du "père Antoine", aventure mystique du fondateur de l'Antoinisme. Le père Antoine et l'Antoinisme ? Une note à la fin du livre résume les données qui ont été romancées dans
    Délivrez nous du Mal. En 1845, près de Liège, naît dans une famille de mineurs Louis Antoine, un garçon sensible et discret, qui se distingue par son sens religieux et le sérieux de sa vie, celui qui travaille honnêtement à sa propre perfection. Enfant, il travaillait déjà dans la mine. Plus tard, il est devenu ouvrier métallurgiste, s'est installé en Allemagne, s'est marié, s'est rendu en Pologne. De retour dans sa région natale, il fut conquis par les pratiques spirites et s'avéra posséder le don du pouvoir de guérison, surtout après s'être fortifié dans les épreuves, dont la mort de son fils.

        Sous le nom d’"Antoine-le-Guérisseur" ou encore d’"Antoine-le-Généreux", il eut plusieurs disciples parmi les pauvres et les démunis, parmi les malades et les déficients. Les poursuites judiciaires n'ont pas empêché son travail. Il s'est détourné du spiritisme, pour proclamer un nouveau spiritisme par l’exemple et l’écrit, - lutte pour l'esprit et l'amélioration intérieure. Quand il est mort en 1912, il avait des milliers de disciples. L'antoinisme lui a survécu. En 1922, il y avait 22 temples en Belgique. Il y a des temples Antoinistes dans huit villes françaises, dont Paris. Nous parlons aujourd'hui de 300 000 Antoinistes qui, parmi les anciens mineurs, voient en lui de plus en plus une divinité. Une bibliographie importante sur l'Antoinisme a émergé.

        Délivrez-nous du Mal prend probablement l'une des premières places dans son œuvre, non pas parce que l'écrivain sympathise avec l’Antoinisme, mais à cause de la monographie romantique de faire vivre le "père Antoine" d'une manière si objective que le bon et doux guérisseur du peuple s'épanouit de la manière la plus naturelle et que sa nouvelle doctrine, sa doctrine relativement nouvelle, comme le fruit d'un tel homme, comme la poire est le fruit du lynx, prend forme. "Le père Antoine" vit dans ce livre. Le paysage liégeois y vit magnifiquement. Les gens bons et simples qui formeront bientôt la secte Antoiniste, pas moins. Toute cette vie prend aussi vie, expliquant intelligemment la compréhension de la doctrine d'Antoine et de son influence. Une "explication" plus intelligente n'est peut-être pas concevable. Cela rend l'aventure mystique évidente.
        Si évidente, même, qu'on en a trop dit sur cette aventure. Quiconque a lu cet essai excellemment équilibré sur Antoine et l'Antoinisme sait tout à ce sujet, à tout le moins au sujet d’Antoine et de ses disciples. Quant à ses adversaires, les "indifférents", les "incrédules", les adversaires naturels, on les rencontre peu, trop peu et plus comme une simple indication que comme un drame romantique. La vie de la secte à côté d'une religion révélée, sans aucune friction, me frappe comme un vide. J'ai raté un combat entre le père Antoine et un curé.
        Par ailleurs, l'objectivisme - même si Vivier a rendu son propre environnement liégeois sensible à l'affection qu'il porte à ses personnages et à leur environnement - a rarement été aussi fermé ou presque. La moitié du livre, consacrée à une vie humaine ordinaire, la vie intime et cachée d'Antoine, est une histoire délicieusement nuancée, qui séduit par sa simplicité et sa subtilité. La partie sur la vie publique d'Antoine, qui commence par ses séances spirites, la vie du nouveau prophète, apparaît plus comme un document plein de compréhension que comme une expérience mystique irrésistible ou repoussante. Tout s'explique, y compris Antoine et l'Antoinisme. Mais on termine en souhaitant que cet objectivisme soit abandonné pour la mise à genou d’un "nouveau croyant" ou le moine ironique du spectateur avec le sens de l'humour. A ce moment, le livre ressemble à un monument qui, objectivement, a été érigé avec une bonne compréhension objective de tous les objectifs de sérieux, pour l'Antoinisme, dans le ton et le style qui conviendrait pour le bouddhisme ou le christianisme. Cela rend certaines pages pathétiques, inconfortables à suivre de près le processus de croissance du "père Antoine" et de sa secte.
        Cela ne change rien au fait que Robert Vivier dispose de moyens artistiques importants. Il a su saisir beaucoup de nuances dans ses peintures de la grisaille. Apparemment, il peut gérer une grande configuration : faire vivre un type, un pays, une foule.

                                                       M. ROELANTS.

    *) Grasset – Paris.


  • Commentaires

    Aucun commentaire pour le moment

    Suivre le flux RSS des commentaires


    Ajouter un commentaire

    Nom / Pseudo :

    E-mail (facultatif) :

    Site Web (facultatif) :

    Commentaire :